‘Het heeft me enorm verrijkt, niet alleen academisch, maar ook persoonlijk’

 

Rose Baudoncq studeerde psychologie aan de UGent toen ze in 2013 voor drie maanden naar Oeganda trok, met een Reisbeurs van VLIR-UOS. Ze onderzocht er deeffecten van trauma en wees-zijn bij Oegandese jongeren. Haar onderzoek verscheen in 2015 in het befaamde Journal of Adolescence. ‘Het heeft me bloed, zweet en tranen gekost, maar dat was het meer dan waard.’

 

Rose Baudoncq (1) 

Ondertussen werkt Rose Baudoncq als kinderpsychologe in Gent. Haar verblijf in het noorden van Oeganda is ze nog lang niet vergeten. Wat haar het meest is bijgebleven? ‘Vooral de Oegandese cultuur. De familiebanden en vriendschappen lijken veel sterker dan bij ons. De lokale mensen zijn zo behulpzaam, gastvrij en vriendelijk. De spelende kinderen die naar je toe komen gerend en je bij naam noemen ontroerden me echt’   

 

Waarom Oeganda?

‘Ik heb een grote voorliefde voor Afrika. Sinds mijn achttiende trok ik elke zomer voor een maand naar een Afrikaans land om er vrijwilligerswerk te doen. Zo verbleef ik in Senegal, Kenia en Zuid-Afrika om te helpen in een weeshuis of op een school. De Afrikaanse cultuur is zo warm en open, de sociale contacten zo hecht en de kleuren zo fel. Het is een continent dat mijn hart al snel veroverde.’

 

Waarover ging je onderzoek precies?

‘In mijn onderzoek ging ik het verband na tussen enerzijds psychosociale problemen, zoals angst, depressie of trauma, en anderzijds cognitieve controle en het wees-zijn bij Oegandese jongeren. Cognitieve controle dient bijvoorbeeld om te plannen, beslissingen te nemen of problemen op te lossen. Het is een voorspellende factor voor academische prestaties, economische standaard, sociaal functioneren en fysieke en mentale gezondheid. Een goede cognitieve controle beschermt je tegen tegenslag, doordat je je beter kunt aanpassen.’

 

Rose Baudoncq (2)

 

Hoe koos je jouw onderwerp?

‘Het onderwerp was niet meteen klaar voor gebruik, zoals dat in andere thesissen vaak wel het geval is. We moesten dus van nul beginnen. Vele uren kropen dan ook in de opzet, werkmethode, contacten ter plaatse, screening door een ethisch comité … Gelukkig kon ik rekenen op de steun van mijn promotor, professor Sven Mueller, en het Centre for Children in Vulnerable Situations (CCVS) in Lira, in het noorden van Oeganda.’

 

Wat was de belangrijkste ontdekking?

‘In tegenstelling tot wat ik verwacht had vertoonde de groep van kinderen die hun ouders hadden verloren niet meer angst, depressie of traumasymptomen. We stelden wel vast dat ze slechter scoorden op cognitieve controle, maar enkel over de tijd heen. Dit effect werd versterkt in combinatie met traumasymptomen. We leren hieruit dat jongeren die wees zijn én trauma’s hebben opgelopen, een verhoogde kwetsbaarheid vertonen. De onderzoeksresultaten kunnen nuttig zijn bij preventieve interventies in oorlogslanden, al is verder onderzoek nodig om de conclusies hard te maken.’

 

Rose Baudoncq (3)

 

Wat doet zo’n ervaring met je?

‘Mijn bezoek aan Oeganda heeft me enorm verrijkt, niet alleen academisch, maar ook persoonlijk. Ik heb heel wat vaardigheden opgedaan, op het vlak van communicatie, onderhandelen, sociale omgang en door me telkens te moeten aanpassen aan veranderende situaties en culturele gewoonten. Maar ik slaagde er toch uiteindelijk in om die moeilijkheden te overbruggen. Nu ben ik ontzettend blij dat ik deze fantastische en leerrijke ervaring heb gehad.’

 

Hoe belangrijk is die publicatie?

‘Het Journal of Adolescence is een hoogstaand internationaal tijdschrift. Mijn promotor heeft me geholpen om mijn thesis te vertalen naar een artikel. Dankzij de publicatie en de berichten over mijn onderzoek op de website van het CCVS en VLIR-UOS, worden de resultaten verspreid. En mijn promotor stelde het onderzoek vorig jaar nog voor in een traumacentrum in New Orleans. Dit zal hopelijk verder onderzoek stimuleren en zo de ontwikkeling van de Oegandese jongeren ook op langere termijn blijven ondersteunen.’

 

Was de VLIR-UOS-reisbeurs nuttig?

‘Absoluut! De beurs gaf me meer vrijheid en ruimte om het onderzoek kwalitatief en betrouwbaar uit te voeren. Zo moest ik onderzoeksmateriaal aankopen voor tests met pen en papier, omdat de kinderen niet vertrouwd zijn met een computer. Andere kosten waren de tolk, het vervoer van de school naar het centrum en de vliegtuigreis. Zonder de beurs zou het moeilijk geweest zijn om zo’n grote groep kinderen te onderzoeken en om drie maanden in Oeganda te verblijven.’

 

Meer info

 


Foto's: Rose Baudoncq

Facebook Twitter Google+ Pinterest LinkedIn